Straatnamen Indische Nijmegenaren onthuld

Nijmegen, 14 maart 2016

Straatnamen Indische Nijmegenaren in nieuwe Nijmeegse wijk Batavia

In de nieuwe Nijmeegse wijk Batavia worden zeven straten vernoemd naar Indische Nijmegenaren. De eerste twee straten zijn inmiddels gereed. Op donderdag 17 maart worden de straatnamen onthuld.

De straatnamen zijn een initiatief van onderzoekster en schrijfster Pieke Hooghoff. Zij heeft samen met de Stichting Sari (stichting ter bevordering van de relaties met Indonesië en de Indische gemeenschap in Nederland) in 2008 de namen voorgedragen. Het heeft tot 2015 geduurd voor er een passende plek voor de namen was gevonden en de namen door de gemeenteraad zijn vastgesteld.

De vernoemde personen vormen een bloemlezing van de Indische gemeenschap van Nijmegen. Allemaal hebben zij kortere of langere tijd in Nijmegen gewoond. Sommige personen zijn vernoemd voor hun werkzaamheden in Indonesië, andere vanwege verdiensten in Nijmegen.

De vernoemde personen zijn: Wilhelm Linnemann, Albert Trouwborst, Nono Wardenaar, Ferry Portier, Jan Nieraeth, Jack Hompe en Jans Kloppenburg.

Straatnaamgeving Waalfront

Toelichting van de voorgestelde personen

Wilhelm Linnemann
1895-1968
(bron; Bandoeng aan de Waal plus www.hickorypq.nl  en www.noviomagus.nl )
Wilhelm Linnemann wordt als kind van een Pruisische koloniaal en een Inlandse moeder in 1895 op Java geboren. Op zevenjarige leeftijd komt hij in een streng katholiek jongenshuis van de Jezuïeten terecht. Omdat hij uitblinkt op school komt hij op negenjarige leeftijd bij het Korps Militaire Pupillen in Gombon, dat is de basis voor zijn militaire opleiding. Hij valt op door zijn intelligentie, zijn prestaties bij militaire strategie, sporten en de jacht en door zijn talenkennis.
In 1915 gaat hij naar Nederland om zijn officiersopleiding te vervolgen. Na drie jaar wordt hij op 22-jarige leeftijd in Nijmegen beëdigd tot tweede luitenant, waarna hij terugkeert naar Indonesië.
In Indonesië (het toenmalige Nederlands-Indië) werkt Wilhelm als militair cartograaf voor de Topografische Dienst. Hij leidt verscheidene expedities dwars door onherbergzame oerwouden en brengt zo delen van Java en Sumatra in kaart die tot dan toe nog witte vlekken op de kaart waren. Daarnaast verfijnt hij de tot dan toe bekende landmeetmethodes.
In 1943 keert hij met zijn tweede vrouw, ook een Nijmeegse, terug naar Nijmegen. Hij begint een sigarenzaak aan het Mariaplein. In 1968 overlijdt hij.
Wilhelm Linnemann was een bijzonder begaafd cartograaf en zijn werk kent veel waardering in wetenschappelijk kringen.
Aan het einde van zijn leven heeft hij zijn memoires geschreven (ongepubliceerd). Deze geven een levendig beeld van de karteringstochten en laten zien dat Wilhelm een grote liefde voor de natuur van Indonesië (voormalig Nederlands-Indië) had.

Albert Trouwborst
1928-2007
(bron: Pieke Hooghoff en In Memoriam in Nieuwsbrief van Nederlandse vereniging voor Afrika Studies 2007 nummer 3))
Albert wordt geboren op het eiland Tarakan bij Borneo.
Hij studeert antropologie (Indologie) in Leiden en promoveert op een proefschrift met als titel Vee als voorwerp van rijkdom in Afrika.  Hij is één van de eerste Nederlandse onderzoekers die naar Afrika trekken en hij leidt veldonderzoeken in verschillende Afrikaanse landen.  Vanaf 1964 is hij als hoogleraar antropologie verbonden aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Naast Afrika is ook Indonesië en Oceanië een belangrijk werkterrein van Albert Trouwborst.
Hij is als bestuurslid  betrokken bij het Afrika Museum in Berg en Dal en bij de Nijmeegse Stichting SARI.
In 2004 wordt hij benoemd tot ridder in de Orde van Oranje Nassau vanwege zijn buitengewone inzet voor de ontwikkeling van de antropologie in Nederland.

Nono Wardenaar
1935-2002
(bron; www.indischhistorisch.nl  )
Jozef (Nono) wordt op 19 september 1935 te Sependjang in Nederlands-Indië geboren. Tijdens de oorlog zit hij met zijn familie gevangen in Jappenkampen.
In 1952 komt hij samen met zijn ouders naar Nederland.
Naast zijn werk bij Hyster begint Nono aan een filmproductie waarbij hij verhalen verzamelt van drie generaties Indische Nederlanders. In totaal verzamelt hij ruim tachtig videobanden vol.
De verhalen zijn van groot belang omdat veel van de geïnterviewden (met name de eerste generatie) niet meer in leven zijn. De film schetst een portret van Indische Nederlanders, wie zij zijn en hoe zij naar ons land kijken. De film is in 1985 slechts enkele malen vertoond.
Ook brengt hij een boek uit met zelfgemaakte tekeningen en hij richt twee verenigingen op die activiteiten voor de Indische gemeenschap organiseren. Deze verenigingen bestaan nog steeds en vormen samen met o.a. SARI het Platform Indische Organisaties Nijmegen (PION). Mede dankzij PION kent Nijmegen sinds 2006 op 14 augustus de herdenking van Indische gevallenen van de oorlog.
Nono Wardenaar was een veelzijdig talent en hij heeft zich met enorme gedrevenheid ingezet voor de Indische Nijmegenaren.

Ferry Portier
1916-2008
(bron; Minka Nijhuis in TROUW 11-6-2008)
Als de Japanners  Nederlands-Indië binnenvallen werkt Ferry Portier bij de Handelsvereniging Amsterdam in het land. Ferry wordt gevangen genomen en  komt in een dwangarbeiderskamp aan de Burmaspoorlijn terecht.
Het lukt hem om te vluchten en hij krijgt onderdak bij de Karen, een etnische minderheid die in de bergen leeft.
Portier verblijft er tweeënhalf jaar. Samen met een aantal ex-krijgsgevangenen en met Karen-guerrilla’s voert hij overvallen uit op de Japanners. Portier bouwt in deze periode een bijzondere band op met de Karen- gemeenschap, hij leert de taal en raakt bevriend met het dorpshoofd, Maung Mela.
In 1944 veroveren de Japanners het gebied. Maung Mela  krijgt de doodstraf en wordt geëxecuteerd.  Portier wordt gevangen gezet in Singapore  en komt pas na de capitulatie vrij.
Na een periode op Nieuw Guinea vertrekt hij in 1962 naar Nederland.
De oorlog heeft Portier zijn hele leven achtervolgd en beziggehouden; hij is altijd onrustig en op zijn hoede. Zijn dochter noemt hij als eerbetoon Karen. En hij blijft zoeken naar nazaten van Maung Mela. Na vele jaren blijken er twee kleinzoons van hem in een vluchtelingenkamp in Thailand te leven. In 2006 brengt hij een bezoek aan hen. Het is een emotioneel bezoek. De Karengemeenschap heeft de herinnering aan Portier altijd levend gehouden en één van de kleinzoons blijkt zelfs zijn dochtertje Portier Mela genoemd te hebben.
Ferry Portier heeft een bewogen leven geleid. De wederzijdse verbondenheid voor het leven tussen hem en de Karen is zeer bijzonder.

Jans Kloppenburg-Versteegh
1862-1948
(bron; www.damescompartiment.nl en www.kortenhorst.info)
Jans wordt in 1862 geboren op Sokamangli, een grote koffie-onderneming op Java. Op zevenjarige leeftijd wordt ze naar kostschool in Batavia gestuurd om een zogenoemde beschaafde opvoeding te krijgen.
Jans’ moeder,  Albertina van Spreeuwenburg,  geneest met behulp van geneeskrachtige planten en kruiden de zieken op en rond de plantage. Haar kennis draagt ze over op haar dochter.
Jans ontwikkelt zich door zelfstudie verder in de geneeskunde en boekt opvallende resultaten. Uiteindelijk wordt ze zelfs presidente van de plaatselijke ziekenvereniging op Semarang. In 1907 publiceert ze het boek Indische planten en haar geneeskracht (1907). In 1913 mag zij een exemplaar hiervan aan koningin Wilhelmina overhandigen. Haar boek wordt vooral gebruikt in gebieden waar niet zo makkelijk een dokter is te krijgen.
Enkele jaren later schrijft zij een handboek voor Europese vrouwen die naar Indië verhuizen; Het leven van de Europeesche vrouw in Indië (1913). Hierin beschrijft ze de problemen waar Hollandse vrouwen in Indië tegenaan kunnen lopen en draagt oplossingen aan.
Na de pensionering van haar man gaat het gezin in circa 1914 naar Nederland. Van 1918 tot 1920 woont het gezin in Nijmegen, aan de Groesbeekseweg. Ook hier houdt zij zich bezig met onderzoek naar de geneeskrachtige eigenschappen van planten. Ze krijgt veel kritiek te verduren van gevestigde Westerse medici, die haar van kwakzalverij betichten.
Als antwoord hierop publiceert ze in 1940 het boek Eene nabetrachting op mijn ‘Wenken en raadgevingen’ betreffende het gebruik van Indische planten, vruchten enz. Een pleidooi voor het vele goede, dat ons mooie Indië op plantaardig gebied voor mensch en dier bevindt en voortbrengt.
In 1937 keert Jans met haar dochter terug naar Indonesië. De oorlog brengt ze betrekkelijk rustig door te midden van haar familie. Tijdens de Indonesische revolutie komt de familie in een moeilijke positie en wordt Jans verscheidene malen geïnterneerd. Zij wordt ernstig ziek en sterft in 1948.
Jans Kloppenburg heeft een, voor een vrouw in haar tijd, buitengewoon leven geleid. Bijzonder zijn met name haar grote kennis van de kruidengeneeskunde en haar inzet voor de gezondheidzorg in de buitengewesten van Indië.

Jan Niereath
1916-1993
Jan Napoleon Nieraeth (10 maart 1916-1993) is geboren en opgegroeid in Kediri, Oost Java.
Hij trouwt in 1948 en werkt enkele jaren als militair bij het KNIL. Na de onafhankelijkheid kiest hij ervoor om met zijn gezin, een zoon en drie dochters in Indonesië te blijven.  In 1965 is de situatie in Indonesië verslechterd en vertrekt Jan Nieraeth alsnog met zijn gezin naar Nederland.
Hij maakt deel uit van de spijtoptanten, een groep van 24.000 Indische Nederlanders die eerst hadden gekozen voor het Indonesisch Staatsburgerschap (warga negara), maar door de ontwikkelingen in Indonesië alsnog besloten naar Nederland te gaan. Het gezin vestigt zich in Nijmegen.
Hier zet hij zich in voor de organisatie van Culturele Pasar Malams en hij zit in landelijke organisaties die met name de culturele activiteiten ondersteunen. Hij krijgt bekendheid door zijn grote inzet en zijn sociale bewogenheid in zijn streven een brug te slaan tussen Oost en West. Hij onderhoudt nauwe contacten met de Indonesische ambassade in Den Haag en met het Gemeentebestuur van Nijmegen. Met de opbrengst van de Pasar Malams worden diverse culturele activiteiten in de stad ondersteund.
Tijdens de laatste Pasar Malam die hij meemaakt, in 1991, ontvangt hij de bronzen erepenning van gemeente Nijmegen. Hij ziet hierin de beloning voor zijn streven om juist het culturele aspect van de Pasar Malam te benadrukken, in plaats van het commerciële zoals er al zo velen zijn. Vele prominenten vooraanstaande personen heeft hij door de jaren heen bereid gevonden om de pasars in Nijmegen te openen en hiermee een officieel tintje te geven.
Na het overlijden van Jan Nieraeth in 1993 wordt het bestuurswerk voor de Culturele Pasar Malam onder andere door zijn zoon Frits voortgezet. Doel van de stichting is het opzetten van culturele activiteiten om diverse bevolkingsgroepen in de Nederland nader tot elkaar te brengen en de onderlinge band te bevorderen. Jaarlijks wordt een tweedaagse Culturele Pasar Malam (Indische markt) georganiseerd in de Jan Massinkhal te Nijmegen, die op non-profit basis plaats vindt. Met deze evenementen wil men culturele waarden uitdragen en in stand houden. Als nevendoel worden ontspanningsmiddagen in zorginstellingen georganiseerd.

Jack Hompe
1917-2000
(bron; www.indischhistorisch.nl )
Jack Hompe komt uit een familie die al sinds het einde van de negentiende eeuw in Indië woont. Hij wordt in Batavia geboren en vertrekt in 1937 naar Nederland voor een studie Indologie. Tijdens de oorlogsjaren is hij als enige van zijn familie in Nederland.
In 1945 wordt hij opgeroepen voor Indië en wordt als bestuursambtenaar van het NICA aangesteld op Sulawesi. Het NICA is in 1944 opgericht met als doel om het bestuurlijk gezag in Indonesië (voormalig Nederland-Indië) van de Japanners over te nemen.
Na een aantal roerige jaren, waarin Jack op diverse plaatsen is belast met het herstel van het rechtspraaksysteem en ook een periode is geïnterneerd, wordt het steeds duidelijker dat de koloniale tijd voorbij is. In 1950 kiest Jack ervoor om met zijn gezin terug te keren naar Nederland.
In 1963 vestigt het gezin zich in Nijmegen waar Jack een baan als studentendecaan aan de Katholieke Universiteit Nijmegen, nu Radbouduniversiteit, aanvaardt. Hij bekleedt er daarna diverse bestuursfuncties.
Daarnaast is hij een sociaal bewogen voorvechter van Indische activiteiten en organisaties en betrokken bij de activiteiten van Stichting SARI.

Gebruikte bronnen:

Bron Gemeente Nijmegen

Winkels, bedrijven, uitgaan Nijmegen - Agenda Nijmegen